Omgangsregelingen
Mr. A.B.E.C. Giard
Zowel de ouder als het kind hebben een
vanzelfsprekend, wettelijk recht op omgang met
elkaar. D.w.z. de ouder heeft recht op omgang met
het kind en het kind heeft recht op omgang met de
ouder. Met ouder wordt hier de juridische ouder
bedoeld, dus de ouder die het kind erkend heeft.
Ook anderen hebben het recht om een
omgangsregeling te verzoeken. Dit verzoek is voor
de rechtbank ontvankelijk indien een nauwe
persoonlijke betrekking tussen verzoeker en kind
bestaat. De rechter moet dan een belangenafweging
maken.
Derden die in aanmerking komen voor een verzoek
zijn:
- de verwekker die het kind niet erkend heeft
(biologische vader);
- bloedverwanten in de tweede graad: oma, opa,
oom, tante;
- pleegouder die het kind langer dan een jaar
verzorgd heeft.
Een biologische vader, ook al heeft die het kind
niet erkend, heeft het omgangsrecht en
informatierecht, indien hij tot het kind in een
betrekking staat die aangemerkt moet worden als
familylife (8EVRM). Het enkele feit dat de vader
het kind heeft verwekt is op zichzelf onvoldoende
om een nauwe persoonlijke betrekking tussen vader
en kind aan te nemen. Voor het aantonen van
familylife is van belang of de biologische vader
en de moeder langere tijd in gezinsverband hebben
samengeleefd. Daarnaast zijn de frequentie van
contacten van belang.
Op verzoek kan de rechter een omgangsregeling
vaststellen tussen het kind en degene die in een
"nauwe persoonlijke betrekking" staat
met het kind. Daarvan is sprake wanneer opa en
oma een belangrijke bijdrage geleverd hebben aan
de verzorging en opvoeding van het kind. Er moet
een voldoende betekenisvolle relatie met kind
bestaan. Regelmatige bezoekjes met de ouders bij
opa en oma en af en toe een logeerpartijtje is
daarvoor niet voldoende.
De rechter kan het verzoek om een omgangsregeling
afwijzen "vanwege het belang van het
kind". Vaak is dat het geval wanneer de
verzorgende ouder persé niet wil dat er contact
is tussen kind en grootouders en dat het kind
behoefte heeft aan rust.
Opa en oma kunnen dus meestal maar beter hopen
dat de ouders uit zichzelf inzien hoe waardevol
het contact van hun kind met opa en oma is, in
plaats van te procederen.
Kinderen van 12 jaar en ouder en kinderen beneden
de 12 jaar die in staat zijn tot redelijke
beoordeling van hun belangen hebben recht om om
een omgangsregeling te verzoeken. Maar zij moeten
zich daarbij wel laten vertegenwoordigen door hun
wettelijk vertegenwoordiger of met diens
toestemming handelen.
Toch is het al eens voorgekomen dat een
minderjarige in een procedure zelfstandig
ontvankelijk is verklaard. Ook kunnen
minderjarigen vertegenwoordigd worden door een
bijzondere curator (art. 1:250BW).
Wil je als kind zelf een omgangsregeling
aanvragen dan kun je hulp vragen bij de
kinderrechtenwinkel. Zie verder op de pagina Tips
voor kinderen en jongeren
|
Biologische
vader, verwekker van het kind
Moeder
Opa, Oma, Oom en
Tante
Omgang op
verzoek kind
Pleegouder
|