Pachtrecht
Mr. S.J. Daniels
De pachtwet tracht iedereen die beroepsmatig
land- of tuinbouw bezigt te beschermen tegen de
machtspositie waarin de landeigenaars
verke(e)r(d)en. Aangezien de landbouwers voor wat
betreft hun inkomen voor een groot stuk
afhankelijk zijn van de door hen bewerkte gronden
moet er in een zekere vorm van bescherming worden
voorzien. Om aan deze noden tegemoet te komen
kwam de pachtwet tot stand.
Wie onder het toepassingsgebied van de Pachtwet
ressorteert geniet een bijzondere
beschermingspositie. Wie een onroerend goed (een
stuk grond of een gebouw) pacht geniet van een
basishuurtermijn van 9 jaar. Het pachtcontract
wordt in beginsel van rechtswege verlengd voor
opeenvolgende periodes van 9 jaar. Zo dient de
pachter geen aanvraag tot hernieuwing te doen,
maar kan hij rustig afwachten. Ook de mogelijke
opzeggingsgronden worden limitatief, d.w.z.
uitputtend, door de wet opgesomd. Daarenboven
moet de opzegging op straffe van nietigheid een
aantal formaliteiten (vermeldingen) bevatten.
Een ander kenmerk van de pachtwet is het recht
van voorkoop. Indien de verpachter het gepachte
onroerend goed aan een derde wil verkopen, moet
de notaris aan de pachter een aanbod tot aankoop
doen door hem kennis te geven van de voorlopig
opgestelde verkoopakte. Deze akte kan slechts
definitief worden wanneer de pachter het recht
van voorkoop niet uitoefent. Er werd zelfs
voorzien in een sanctie voor de miskenning van
het recht van voorkoop. Wanneer het gepachte goed
toch werd verkocht, zonder de pachter de
mogelijkheid te geven zijn recht van voorkoop uit
te oefenen, heeft de pachter de keuze tussen
enerzijds een schadevergoeding vanwege de
verkoper (verpachter) ten bedrage van 20 procent
van de verkoopprijs en anderzijds de
indeplaatsstelling van de koper. |
Pachtgeschillen
Conflictbemiddeling Pachtgeschillen
Voorkeursrecht Pachter
Pachtnormbesluit
|